Groep 1/2 – Week 2 – Kring 2

Waarvoor gebruiken we een bel?

In kring 1 is gesproken over functies van een bel of klok. Deze functie is: plaats aangeven.

Hierop gaan we door.

De functies van de klok zijn:

  • Plaats aangeven
  • Waarschuwen en aandacht vragen
  • Tijd weergeven
  • Muziek maken met beiaard/carillon

Nu komt waarschuwen en aandacht vragen aan de orde.

Waarschuwingsgeluiden en plaats aangeven

Beluister de filmpjes via het digibord. Laat de leerlingen met de rug richting het digibord zitten. Wat horen ze?

  • Fietsbel (waarschuwen, ik kom eraan, soms ook groeten)
  • Brandweerauto (reden, waarschuwen dat hij eraan komt er moet plaats gemaakt worden)
  • Ziekenauto (reden, zie brandweerauto)
  • Politieauto (waarschuwen)

Stel na elke demonstratie de vraag:

  • Welke afbeelding hoort hierbij?
  • Wie maakt dit geluid?
  • Waarom wordt dit geluid gemaakt?

Wie kent nog andere waarschuwingsgeluiden?

  • Spoorwegovergang
  • Claxon van auto en vrachtauto
  • Achteruitrijsignaal van een bus of vrachtauto
  • Koeienbel (weten waar het dier is)
  • Kattenbelletje: waarom krijgen katten soms een belletje om? (om vogels te waarschuwen o.a.)

Naspelen van waarschuwingssignalen met je stem

  • Van de ziekenauto, brandweerauto, politieauto en fietser
  • Vrolijk luiden en roepen: ijs, ijs! > aandacht trekken, vertellen: ik ben hier!
  • Hard luiden en roepen: brand, brand! > mensen waarschuwen voor gevaar
  • Speel een waarschuwingssignaal voor, de klas speelt dit na. Dit kan ritmisch (klappend) en op verschillende slagvlakken (klappen, op de benen slaan, stampen met de voeten etc.). Kinderen luisteren geconcentreerd en doen het na (echospel).