Groep 3/4 – Week 4 – Les 14

Zelf een patroon ontwerpen

Algemene informatie

  • Groep: 3 en 4
  • Tijdsduur: 40 minuten
  • Onderwerp(en): klokken, patroon
  • Leergebieden: kunstzinnige oriëntatie, rekenen/wiskunde
  • Vaardigheden: creatief denken en handelen
  • Begrippen: klok, klokken, patroon, patronen; herhalen
  • Kerndoelen: 33: De leerlingen leren meten en leren te rekenen met eenheden en maten, zoals bij tijd, geld, lengte, omtrek, oppervlakte; 54: De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken, om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren; 55: De leerlingen leren op eigen werk en dat van anderen te reflecteren; 56: De leerlingen verwerven enige kennis over en krijgen waardering voor aspecten van cultureel erfgoed.

Korte uitleg van de les

De leerlingen leren wat een patroon is, ze gaan op zoek naar patronen om zich heen en ten slotte tekenen ze zelf één of meer patronen.

Nodig

  • De afbeeldingen van patronen
  • Ruitjespapier voor alle leerlingen
  • Tekenmaterialen

Leerdoelen

  • De leerlingen weten wat een patroon is
  • De leerlingen kunnen patronen om zich heen herkennen
  • De leerlingen kunnen een patroon tekenen met behulp van ruitjespapier

Zelf een patroon ontwerpen

Introductie

Lees nog even het stukje voor uit het verhaal (r. 34): ‘Kijk, op de bovenrand staan allemaal figuurtjes, die vormen samen een patroon,’ vertelt de beiaardier. ‘Het zijn bloemen en bladeren.’

Vraag aan de leerlingen: wie weet wat een patroon is? Een simpel voorbeeld is: ruitjespapier. De ruitjes vormen een patroon. Leg uit dat een patroon vormen zijn die telkens terugkomen (zoals ruitjes).

Extra

Je kunt eventueel ook uitleggen dat een patroon niet alleen om vormen gaat, maar ook om andere dingen die telkens terugkomen. De seizoenen vormen een patroon. Maar als je elke dag op dezelfde tijd eet en naar bed gaat, is dat ook een patroon. Sommige mensen houden erg van vaste patronen, andere niet.

Uitvoering

Patronen herkennen

  • Laat afbeelding 1 zien. Wijs op de herhalende vorm van de figuren langs de rand van de klokken: patronen!
  • Laat afbeelding 2 zien: dichterbij echte patronen op een klok. En afbeelding 3: allerlei patronen. Het is de herhaling die van een figuur een patroon Afbeelding 4 zijn ideeën om zelf patronen te maken.
  • Doen: de hele klas gaat op zoek naar patronen. Op kleding, rugzakjes, platen aan de muur, tegels, de manier waarop voorwerpen gerangschikt zijn in een kast of op de vensterbank.
  • De leerlingen kunnen ook in de vorm van een patroon gaan staan.
  • Bespreek of de patronen recht en hoekig zijn of rond en kronkelig. Rechte vormen zijn vaak door mensen gemaakt, de natuur maakt kronkelige vormen.

Patronen tekenen

De leerlingen gaan zelf patronen tekenen.

  • Bespreek eerst (nogmaals) de patronen op afbeelding 1, 2, 3 en 4. Wat zie je allemaal? Sommige patronen zijn nogal ingewikkeld. Misschien te moeilijk om zelf te tekenen. Maar door de herhaling wordt ook het simpelste figuurtje toch een boeiend patroon.
  • Zelfs met eenvoudige ruiten kun je meer doen dan je denkt! Door bijvoorbeeld één streep dikker te maken en er vlakbij een dunner streepje naast te zetten.
  • Je kunt het in zwart-wit doen, zoals op afbeelding 3, maar ook in kleur. Wat is het verschil? Wat vind je zelf het leukst of mooist?
  • Je kunt ook twee patronen gebruiken, zoals op afbeelding 2 is gedaan: een randpatroon en daarbinnen weer andere patronen. De twee patronen zijn heel verschillend en toch vullen ze elkaar mooi aan. Op afbeelding 4 zie je eenvoudige en moeilijke patronen op ruitjespapier.
  • De leerlingen denken eerst na over wat ze voor patroon willen maken:
  • Recht of rond en kronkelig?
  • Eén patroon of meerdere?
  • Kleur of zwart-wit? Wat voor kleur?
  • Eenvoudig of ingewikkeld?
  • Groot of klein?
  • Meerdere ruitjes gebruiken of telkens eentje?
  • Het hele ruitje (of ruitjes) gebruiken of ruimte eromheen overlaten?
  • Het ruitje zelf omtrekken of niet? Bekijk samen dia 5 voor wat inspiratie en inzicht in hoe je met de ruitjes om kunt gaan.
  • Als je hebt besloten hoe je de ruitjes wilt gebruiken, kijk dan hoeveel ruitjes je nodig hebt voor je patroon. Als je bijvoorbeeld per keer 4 ruitjes gebruikt, kom je misschien niet goed uit. Dan houd je misschien aan het eind 2 of 3 ruitjes over. Het is dan handig om van tevoren ruitjes te tellen. Als het patroon niet goed uitkomt en je wilt toch doorgaan, kun je een stuk ruitjespapier aanplakken.

Evalueren

Hang de patronen op en bespreek ze met de klas. Vragen om te bespreken:

  • Wat heb je getekend?
  • Waarom heb je dit getekend?
  • Hoe zie je hier een patroon in?
  • Welke kleuren heb je gebruikt en waarom deze?
  • Ben je meteen aan de slag gegaan of heb je eerst even nagedacht?

Verwoorden

Reflectie

  • Wat hebben we gedaan?
  • Wat is een patroon?
  • Kun je daar een voorbeeld van geven?

Extra

Laat kinderen bedenken waar de patronen als versiering gebruikt gaan worden.

Denk aan:

  • patroon met raamstiften op het raam tekenen
  • de deur ermee versieren
  • een lange sliert maken van alle patronen en die op de gang hangen
  • hun eigen schrift versieren
  • een grote papieren klok in de klas versieren met de patronen

Laat de kinderen hun eigen klok maken, waarbij ze het model versieren. Denk aan:

  • De randversiering aanbrengen
  • Een wapenschild ontwerpen en aanbrengen

Een wapenschild ontwerpen:

  • Teken dingen die je leuk vindt, bijv. sport, muziek
  • De klok is herkenbaar van jou of je groepje.

Geef de klok een naam.

  • Schrijf die bovenin de klok.