Groep 3/4 – Week 2 – Les 8

Spreekwoorden met klok

Algemene informatie

  • Groep: 3 en 4
  • Tijdsduur: 40 minuten
  • Onderwerp(en): aan de slag met woorden  en een paar spreekwoorden groep 3; spreekwoorden over klokken voor groep 4
  • Leergebieden: Nederlandse taal, eventueel ook kunstzinnige oriëntatie (tekenen)
  • Vaardigheden: creatief denken en handelen, samenwerken
  • Begrippen: klok, luiden
  • Kerndoelen: 5: De leerlingen leren naar inhoud en vorm teksten te schrijven met verschillende functies, zoals: informeren, instrueren, overtuigen of plezier verschaffen; 54: De leerlingen leren beelden, taal, muziek, spel en beweging te gebruiken, om er gevoelens en ervaringen mee uit te drukken en om er mee te communiceren.

Korte uitleg van de les

In week 1 zijn spreekwoorden over tijd behandeld. Bouw hierop voort door nu spreekwoorden over klokken te behandelen. De leerlingen werken met spreekwoorden en verhaaltjes.

Nodig

Leerdoelen

  • De leerlingen kunnen een of twee spreekwoorden over klokken herkennen en navertellen en zij begrijpen de betekenis ervan

Voorbereiding voor de leerkracht

Spreekwoorden met klok

Introductie

Vorige week hebben jullie de klok behandeld.

  • Waaruit bestaat een klok? (klok en klepel).
  • Hij wordt gebruikt als tijd-aanwijzer. Je kunt de slagen van de klok tellen en dan weet je hoe laat het is (de hele en de halve uren).
  • Maar de klok slaat niet alleen. Hij kan ook luiden.

Start het filmpje. Je ziet hoe de klok geluid wordt. Je ziet goed hoe de klepel tegen de klok slaat.

Bespreek de woorden klok, klepel, luiden.

Uitvoering

Groep 3: Werken met woorden en een paar spreekwoorden over klok

  • Laat de kinderen de woorden klok, klepel en luiden leggen met de letterdoos
  • Laat kinderen de woorden naschrijven
  • Rijm op klok, klepel, luiden
  • Weet je nog wat een spreekwoord was? In les 4 hebben we spreekwoorden over tijd gehad.
  • Kies een of twee verhaaltje(s) uit de bijlage verhalen en spreekwoorden en lees het voor
  • Bespreek de betekenis met behulp van het verhaaltje
  • Sluit af met het maken van een tekening over een spreekwoord
  • Bespreek de tekeningen

Groep 4: Werken met spreekwoorden en uitdrukkingen

In week 1 hebben we spreekwoorden over tijd behandeld. Herhaal indien nodig:

  • Wat is een spreekwoord? Een spreekwoord is een zin met een wijsheid erin. Bijvoorbeeld: Wie A zegt, moet ook B zeggen. Dat betekent: als je ergens aan begint, moet je het ook afmaken. Je ziet, dat een spreekwoord de wijze les niet letterlijk Het is vaak een beetje een raadsel.
  • Wie weet nog een spreekwoord over tijd? Wat betekende dit ook al weer?
  • Zoals we spreekwoorden hebben over tijd, hebben we ook spreekwoorden en uitdrukkingen over klokken. En dan vooral: het geluid dat ze maken.
  • Bespreek de spreekwoorden met de hele klas. Wie weet wat dit betekent? Je kunt de spreekwoorden laten zien en voorlezen met behulp van de afbeeldingen.

Zie voor meer informatie over spreekwoorden: https://www.slimleren.nl/onderwerpen/nederlands/12.636/veel-voorkomend-spreekwoorden,-gezegden-en-uitdrukkingen.

Eventueel kun je (in groep 4) de les uitbreiden en laten aansluiten op een les Nederlands met oefeningen over spreekwoorden in het algemeen: https://leestrainer.nl/spreek/woorden/groep4/index.htm.

Extra optie: tekeningen maken bij de spreekwoorden

De leerlingen maken een tekening bij een spreekwoord naar keuze.

  • Spreekwoorden zijn van zichzelf vaak een beetje geheimzinnig; je ziet niet een, twee, drie wat ze betekenen. Misschien kun je het wel duidelijk maken met een tekening?

Hand de tekeningen op en bespreek ze. Eventueel raden de leerlingen elkaars getekende spreekwoorden.

Extra optie: spreekwoorden en verhalen matchen

Schrijf 'spreekwoorden' op het bord. Lees (van de bijlage verhalen en spreekwoorden) telkens een verhaaltje voor in een andere volgorde. Laat de kinderen raden welk spreekwoord er aan het eind gezegd zal worden.

Laat de kinderen eventueel daarna zelf nog verhalen of situaties bedenken waarin een spreekwoord gebruikt wordt.

Afsluiting

Vat samen wat jullie hebben gedaan.

Verwoorden

Reflectie

  • Wat hebben we gedaan?
  • Wat vond jij een mooi / goed spreekwoord? Waarom?