Groep 1/2 – Week 4 – Kring 2

Geluiden onderscheiden

Nodig: instrumenten zoals xylofoon, trommel, blokfluit, etc.

Voer een algemeen kringgesprek over muziek en muziekinstrumenten.

  • Wie houdt er van muziek?
  • Wat is muziek eigenlijk?
  • Wat maakt muziek zo leuk?
  • Wanneer wordt er muziek gemaakt?
  • Welke muziekinstrumenten ken je?
  • Wat voor geluid maken die instrumenten? Kun je dat geluid nadoen?
  • Wie speelt er zelf een muziekinstrument? Of je vader, moeder, broer, zus etc.?
  • Wie kan een hard geluid of zacht geluid maken met de trommel?
  • Kan dat ook met de xylofoon?
  • Kun je de toon lang laten duren, of juist heel kort? Lang (laaaaaang )en kort (snel) ook laten zeggen.
  • Snel en langzaam mee stampen
  • Welk geluid is hoog, laagste en hoogste toon van de xylofoon? Laat kinderen opstaan bij hoog en gaan zitten bij laag.
  • Met blokfluit of ander instrument hoog en laag geluid maken, weer staan en zitten.

Invallend spelen

Laat één leerling beginnen met een geluid te maken, een andere leerling valt in etc. tot alle klanken worden gebruikt.