Groep 1/2 – Week 1 – Kring 3

Blindenmannetje

Nodig

  • Speelzaal
  • Vier instrumenten: bijv. triangel, maracas (sambaballen), bellen, trom met stok

 Inleiding

De kinderen starten in een kring op de grond (oriënteren). Je laat de vier instrumenten zien en geeft ze aan vier kinderen.

  • Laat elk kind er geluid mee maken
  • Hoe klinkt elk instrument?
  • Hoe klinken ze als ze allemaal tegelijk geluid maken?
  • Kun je er nog meer geluiden mee maken?
  • Laat benoemen hoe het klinkt

"Nu gaan we beginnen, let op."

Kern

Nu gaan we erbij bewegen. Verdeel de kinderen in de speelzaal:

  • Bij welk instrument past huppelen, rennen, hinkelen of andere beweging?
  • Speel een instrument. De kinderen maken de beweging die afgesproken is bij dat instrument.
  • Stop met spelen, de kinderen staan stil.
  • Speel dan een ander instrument.
  • Herhaal dit een aantal keren.

Spreek dan nieuwe acties af bij de vier instrumenten zoals gaan liggen, zitten, op een been staan of wat de kinderen zelf verzinnen.

  • Speel de instrumenten en laat ze de nieuwe beweging/ actie uitvoeren.
  • Diverse keren herhalen met mogelijk andere bewegingen

Blindemannetje

De kinderen zitten in een kring. Een kind is blindemannetje en staat in het midden van de kring. Vier kinderen kiezen een instrument.

  • De vier kinderen gaan op jouw aanwijzing in een hoek of ergens anders staan.
  • Op jouw teken maakt één van de kinderen geluid met het instrumentje.
  • Het blindemannetje wijst waar het geluid vandaan komt (blindemannetje gaat terug in de kring, kies vier andere kinderen voor de instrumenten).
  • Dan laat je alle kinderen de ogen sluiten. Laat de vier kinderen met de instrumenten zachtjes een plaats in de klas zoeken.
  • Op jouw teken maakt een kind een geluid.
  • De andere kinderen wijzen waar het vandaan komt.
  • Bespreek welk(e) instrument(en) ze gehoord hebben.
  • Waaraan hebben ze dat herkend?
  • Herhaal dit een paar keer.

Variatie: andere kinderen die de instrumenten spelen. Twee instrumenten tegelijk spelen. Dan alle instrumenten spelen. Dan drie instrumenten laten spelen, welk hebben ze niet gehoord.

Afsluiting

Evalueer met de kinderen wat ze makkelijk of moeilijk vonden.

Zing tot slot een lied met elkaar en ga terug naar de klas.